archiveren | uitkeringsgerechtigden RSS voor deze sectie

Vragen over termijnen en humanere Bijstand

Geld

SCHRIFTELIJKE VRAGEN
(Art. 39 Reglement van Orde)

Onderwerp: Bijstandsuitkeringen en termijnen
Indiener: Johan Sieswerda, raadslid OpsterLanders
Datum: 27 februari 2018

Toelichting:

Gemeenten mogen 8 weken doen over het toekennen van bijstand. Mensen die bijstand aanvragen, hebben vaak geen buffer om die periode zonder inkomen te overbruggen. Daarom is het zo belangrijk dat gemeenten binnen 4 weken na de aanvraag een voorschot geven.

Volgens de Participatiewet moet de groep bijstandsaanvragers 27 jaar en ouder direct een bijstandsuitkering kunnen aanvragen en daarop binnen vier weken na de aanvraag een voorschot kunnen krijgen. Gemeenten mogen dus géén zoektermijn hanteren waarin deze groep aanvragers verplicht moet solliciteren voordat ze bijstand mogen aanvragen. De Nationale Ombudsman wil dat er geen drempels worden opgeworpen voor bijstandsaanvragers. Fractie OpsterLanders is het helemaal eens met dit standpunt.

De vragen van fractie OpsterLanders aan het college van B&W zijn:

  1. Verstrekt de gemeente Opsterland binnen 4 weken na de aanvraag een voorschot aan degene die de bijstanduitkering heeft aangevraagd? Zo nee, waarom niet?
  2. Wordt in de wettelijke termijn van 8 weken overschreden?
    Zo ja, hoe vaak is dit in 2017 in Opsterland gebeurd en waarom?
  3. Wat is het beleid van de gemeente omtrent de zoektermijn voor bijstandsaanvragers van 27 jaar en ouder? Hanteert u wel of geen zoektermijn? Met andere woorden:
    Informeert u 27-plussers correct over de mogelijkheid om direct een aanvraag voor bijstand in te dienen en geeft u daadwerkelijk gelegenheid toe?
  4. Van Cliëntenraad Uitkeringsgerechtigden en Minima Opsterland (CUMO) heeft fractie OpsterLanders begrepen, dat uitkeringen worden uitbetaald aan het in het begin van de volgende maand. Concreet: de uitkering voor februari wordt pas op 2 maart uitbetaald. Aangezien iedereen in Nederland maandelijkse rekeningen (huur en ziektekostenpremie) vooraf moeten betalen en de kwetsbare groep van uitkeringsgerechtigden minder geld te besteden hebben en nu meer financiële ruimte ontstaat a.g.v. de aantrekkende economie:
    Bent u bereid om de uitbetaling van de uitkeringen te vervroegen met op z’n minst 3 dagen tot een week?

Download:
Schriftelijke vragen – Bijstandsuitkeringen en termijnen (pdf)

footer OL 2014

Beantwoording schriftelijke vragen over verschillen zorgpremies voor minima

logo-zorgverzekeraar-de-friesland

BEANTWOORDING VAN SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRACTIE OPSTERLANDERS EN PVDA

Onderwerp: verschillen maandelijkse zorgpremies voor minima
Datum: 20 februari 2015
Van: college B&W Opsterland
Behandeld door: Petronella Stroop
Indiener: OpsterLanders en PvdA

Geachte raad,

Op 14 januari 2017 hebben de fracties van OpsterLanders en de Partij van de Arbeid een aantal vragen gesteld over de verschillen in maandelijkse zorgpremies voor minima. In deze brief beantwoorden wij de vragen.

VRAAG 1 VAN OPSTERLANDERS EN PVDA:
Kloppen de genoemde maandelijkse premies en kortingen per gemeente?

ANTWOORD VAN B&W:
De netto premies per maand kloppen, de kortingen niet. Alle Friese gemeenten betalen maandelijks € 16,- ter financiering van het gemeentelijk pakket. Daarnaast geven een aantal gemeenten een extra gemeentelijke bijdrage zoals Smallingerland (€ 19,30) en Ooststellingwerf (€ 10,-). Wij geven geen extra gemeentelijke bijdragen. Dit zijn kortingen zoals gesteld in de vraag, maar bijdragen van de gemeenten.
Gemeenten kunnen kiezen hoe zij de korting van 7% op de AV/TV (aanvullende- en tandverzekering) “verdelen”. Wij geven deze korting door aan de verzekerden. Oostellingwerf doet ik ook, Smallingerland echter niet.
Uit het bovenstaande antwoord blijkt ook dat het lastig is gemeenten op premieniveau op deze manier te vergelijken.

VRAAG 2 VAN OPSTERLANDERS EN PVDA:
Hoeveel personen in onze gemeente ontvangen deze gemeentelijke bijdrage?

ANTWOORD VAN B&W:
Op basis van de laatste ontvangen factuur in 2016 had de AV Frieso 619 Opsterlandse deelnemers.

VRAAG 3 VAN OPSTERLANDERS EN PVDA:
Is deze AV Frieso verzekering voor de doelgroep inclusief of exclusief eigen risico?

ANTWOORD VAN B&W:
Als hiermee wordt bedoeld of het eigen risico is “meeverzekerd” dan is het antwoord “nee”. Verzekerden hebben gewoon te maken met het verplicht eigen risico van € 385,- per jaar. Men kan in de gemeentepolis niet kiezen voor een vrijwillig eigen risico. Overigens biedt de AV Frieso wel de mogelijkheid het eigen risico in termijnen te betalen. Hierdoor kunnen de uitgaven gespreid worden.

VRAAG 4 VAN OPSTERLANDERS EN PVDA:
Wat is de onderbouwing om te komen tot een korting van € 2,40 ?

ANTWOORD VAN B&W:
Zoals bij vraag 1 is aangegeven draagt Opsterland € 16,- per maand per betalende verzekerde bij. Wij hebben geen inzicht in de totstandkoming van de genoemde korting van € 2,40 die door de Leeuwarder Courant is aangegeven.

VRAAG 5 VAN OPSTERLANDERS EN PVDA:
Opsterland werkt veel samen met Oost- en Weststellingwerf. Waarom heeft u in OWO-samenwerkingsverband niet gekozen voor harmonisering van de korting op de collectieve verzekering AV Frieso bij De Friesland voor de minima door gezamenlijk Ooststellingwerf als uitgangspunt te nemen?

ANTWOORD VAN B&W:
De samenwerking met OWO zit in de keuze om in alle drie gemeenten een collectieve verzekering voor minima via De Friesland Zorgverzekeraar aan te bieden. Vervolgens worden op gemeentelijk niveau afwegingen gemaakt in de verdere invulling van aanvullende bijdragen (de coleur locale). Dit is wat het college betreft conform de wens van de raad.

Beantwoording extra schriftelijke vragen over verplichte tegenprestatie

Datum: 7 juni 2016
Van: college B&W Opsterland
Onderwerp: extra vragen over verplichte tegenprestatie
Indiener: OpsterLanders, Johan Sieswerda

DOWNLOAD: Beantwoording schriftelijke vragen (pdf)

Geachte raad,

Op 2 mei heeft de heer J. Sieswerda van fractie OpsterLanders een aantal vragen gesteld over de tegenprestatie. In deze brief beantwoordden wij deze vragen.

Vraag 1:
Met hoeveel van de 582 uitkeringsgerechtigden (cijfer van B&W d.d. 30-09-2015) zijn er afspraken gemaakt over de verplichte tegenprestatie?
Antwoord van B&W:
De doelgroep is inmiddels in kaart gebracht, waarbij ervoor gekozen is eerst met de personen die zich op trede 3 en 4 van de Participatieladder bevinden aan de slag te gaan. Het hier om een groep van 140 personen.

Vraag 2:
Met hoeveel van de 340 personen met grote afstand tot de arbeidsmarkt, die volgens uw brief van 17 november 2015 zijn overgedragen aan het gebiedsteam, zijn afspraken gemaakt over de verplichte tegenprestatie?
Antwoord van B&W:
Van de 340 personen zijn er 140 personen die zich op trede 3 en 4 van de participatieladder bevinden. Hiervan verrichten 69 personen een tegenprestatie.

Vraag 3:
Welk soort verplichte tegenprestatie per aantal worden door de uitkeringsgerechtigden op dit moment vervuld, onderverdeeld naar:
– mantelzorg
– maatschappelijke organisatie
– zorginstelling
– overheid

Antwoord van B&W:
Onze registratie voorziet niet in bovengenoemde onderverdeling. Bij de tegenprestatie registreren wij, conform de verordening: het vrijwilligerswerk, de mantelzorg en de inburgering. De uitsplitsing van de bij de vraag 2 genoemde groep van 69 ziet er als volgt uit: 70% verricht vrijwilligerswerk, 22% verricht mantelzorg en 8% volgt een inburgeringstraject.

Vraag 4:
Hoeveel uitkeringsgerechtigden van de 582 hebben inmiddels via deze weg een betaalde baan gevonden?
Antwoord van B&W:
Er zijn in 2015 89 uitkeringsgerechtigden uitgestroomd. Wij kunnen geen uitspraak doen over het causaal verband als (enige) reden voor uitstroom.

footer OL 2014

 

Mondelinge vragen: overschot WMO-budget in Opsterland?

Inleiding:
Eind vorige week berichtte de media dat gemeenten miljoenen euro’s overhouden van het budget voor zorg en ondersteuning thuis. Het ging vorig jaar om zeker 310 miljoen euro, die de gemeenten kregen voor de uitvoering van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO). Het potje is bedoeld voor woningaanpassingen, begeleiding of hulp in het huishouden.

Vragen aan B&W:

  1. Binnenlands Bestuur heeft onderzoek laten verrichten naar de besteding van WMO in 2015.
    Heeft Opsterland meegedaan aan dit onderzoek?
  2. Hoeveel WMO budget heeft Opsterland overgehouden in 2015?
  3. Als er sprake is van een financieel overschot: waar is dit nu geboekt en wat gaat hier mee gebeuren?
  4. Is de gemeente Opsterland bijvoorbeeld bereid om de eigen bijdrage te verlagen voor hulp voor mensen met een kleine portemonnee?
  5. Toegevoegde vraag n.a.v. vraag 4: Kunt u ook aangeven of er signalen zijn binnengekomen van zogeheten ‘zorgmijders’ (mensen met een laag inkomen die het eigen bedrag te hoog vinden en het bezoek aan de huisarts uitstellen/afstellen)?

REACTIE VAN B&W:
Door een stroomstoring vandaag in het gemeentehuis zijn wij niet in staat geweest om onze computersysteem tijdig te raadplegen. U ontvangt de beantwoording schriftelijk.

Beantwoording schriftelijke vragen over verplichte tegenprestatie (Participatiewet)

BEANTWOORDING VAN SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRACTIE OPSTERLANDERS

Onderwerp: verplichte tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden
Datum: 25 november 2015
Van: college B&W Opsterland
Behandeld door: Petronella Stroop
Indiener: Johan Sieswerda, raadslid OpsterLanders

Geachte raad,

Op 8 oktober 2015 hebben wij van de fractie van OpsterLanders een aantal vragen ontvangen met betrekking tot de uitvoering van de tegenprestatie. Wij geven in deze brief antwoord op de vragen die gesteld zijn.

VRAAG 1 VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
Hoeveel uitkeringsgerechtigden zijn er op dit moment in de gemeente Opsterland? Hoeveel waren het op 1 januari 2015 ten tijde van de invoering van de Drie Decentralisaties?

ANTWOORD VAN B&W:
Op 31 december 2014 ontvingen 562 personen een uitkering. Dit is exclusief het aantal personen dat een IOAW-, IOAZ- of Bbz-uitkeringen ontvangen. Op 30-9-2015 waren er 582 uitkeringsgerechtigden. Dit aantal is wederom exclusief IOAW-, IOAZ- en Bbz-uitkeringen.

VRAAG 2 VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
Met hoeveel van hen is intussen de vereiste tegenprestatie besproken?

ANTWOORD VAN B&W:
De doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt is overgedragen aan het gebiedsteam. In totaal gaat het om een groep van 340 personen. Aan de hand van dossier-onderzoek wordt vastgesteld of er al een tegenprestatie wordt verricht door middel van vrijwilligerswerk of mantelzorg.

VRAAG 3 VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
Hoeveel uitkeringsgerechtigden verrichten nog geen tegenprestatie?

ANTWOORD VAN B&W:
We zijn bezig de volledige doelgroep in kaart te brengen.

VRAAG 4 VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
Hoeveel uitkeringsgerechtigden hebben een ontheffing tot het verrichten van een tegenprestatie? Wat zijn de huidige voorwaarden voor zo’n ontheffing? Zijn ten aanzien hiervan nog wijzigingen te verwachten in de komende maanden?

ANTWOORD VAN B&W:
Voor de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie wordt in beginsel geen ontheffing gegeven. Het uitgangspunt is dat iedereen iets kan bijdragen.

VRAAG 5 VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
Is het beperkt aantal uren (26 uur per jaar) geen drempel voor maatschappelijke organisaties om mensen als vrijwilliger i.h.k.v. de tegenprestatie aan te nemen? Zo ja, is het college bereid om dit opnieuw te beoordelen?

ANTWOORD VAN B&W:
De keuze voor 26 uur per jaar is indertijd door uw raad weloverwogen gemaakt. Vanuit de motivatie van de mensen zelf, wordt gestimuleerd dat mensen extra inzet zullen doen. Dit is ook de ervaring van de andere gemeenten die als voorbeeld hebben gediend voor ons beleid.

Hierbij moet opgemerkt worden dat de maatschappelijke organisaties zelf ook een belangrijk rol kunnen spelen in het motiveren van de doelgroep. Met andere woorden de maatschappelijke organisaties kunnen zelf ook stimuleren om mensen met een uitkering langer als vrijwilliger aan zich te binden.