Beantwoording schriftelijke vragen over mogelijke belangenverstrengeling tussen bedrijf Springth en raadslid Sikke Marinus

BEANTWOORDING VAN SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRACTIE OPSTERLANDERS, BAS & FNP

Van: college B&W Opsterland
Onderwerp: mogelijke belangenverstrengeling tussen bedrijf Springth en raadslid Sikke Marinus (Opsterlands Belang)
Indieners:
– OpsterLanders, Johan Sieswerda
– BAS, Klaas de Boer
– FNP, Evert Wilstra

DOWNLOAD:
Beantwoording vragen OpsterLanders, FNP en BAS over belangenverstrengenling Dhr. Marinus en bedrijf Springth

Geachte raad,

Naar aanleiding van de schriftelijke vragen van de partijen BAS, OpsterLanders en de FNP d.d. 7 januari 2016, en van de VVD d.d. 9 januari 2016 over Springth, ontvangt u hierbij de antwoorden op de gestelde vragen. Gezien de samenhang in alle vragen wordt eerst een overzicht gegeven waarna daarna separaat op de gestelde vragen wordt in gegaan.

Inleiding
Springth is met ruim 200 andere partijen, na een bestuurlijke aanbesteding in 2014 gecontracteerd als Wmo-zorgaanbieder. Deze bestuurlijke aanbesteding heeft in OWO-verband plaatsgevonden, ondersteund door een extern deskundig bureau in het kader van de Decentralisaties. Vanaf 1 januari 2015 kan de gemeente bij deze aanbieders personen aanmelden voor ondersteuning en participatie. Begin 2015 zijn op basis hiervan de eerste cliënten naar Springth doorverwezen.

Medio 2014 en begin 2015 is door Springth contact gezocht met de gemeente om (naast de afhandeling van bovenstaande cliënten) ook mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt weer arbeidsfit te maken door middel van dagbesteding. Naast de Wmo raakt dit ook de doelstellingen van de Participatiewet. Voor de gemeente wordt het steeds belangrijker om op het snijvlak van deze twee wetten te opereren. De budgetten voor de uitbesteding van de Participatiewet lopen terug en er zijn forse tekorten op het inkomensdeel. Ook Staatssecretaris Klijnsma wijst gemeenten nadrukkelijk op de mogelijkheden Wmo en Participatiewet met elkaar te verbinden. De focus ligt daardoor vooral op mensen die snel kunnen uitstromen naar de arbeidsmarkt. In het uitkeringsbestand van Opsterland zit echter ook een groep mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, de groep waar Springth zich op richt.

Dit laatste aanbod van Springth is innovatief en nog door geen andere organisatie aangeboden. Springth brengt een verbinding in de uitvoering van de Participatiewet en de Wmo tot stand doordat er een overlap zit in de doelgroep qua maatschappelijke ondersteuning aan burgers met een lage participatiepositie, en qua psychische en sociale problematiek van de deelnemers. Het verkleint voor de deelnemers de afstand tot de arbeidsmarkt en vergroot de maatschappelijke participatie doordat de deelnemers weer werkritme, vaardigheden of sociale contacten opdoen. Daardoor sluit het aan bij de doelstellingen van de Particpatiewet en Wmo zoals wij dat als gemeente handen en voeten willen geven. Daarbij is het ook in lijn met het coalitieprogramma. De cliënten maken een ontwikkeling door en tegelijk wordt door de inzet van de “dorpenteams” de leefbaarheid in de dorpen vergroot.

T.a.v. de concrete vormgeving bestaat bij de gemeente geen ervaring waardoor is besloten tot een pilot-opzet. We willen de opzet na afloop kunnen evalueren. De methodiek en de daarmee behaalde resultaten kunnen bij succes ook ingezet worden door andere gecontracteerde aanbieders. De gesprekken over de uitwerking van de pilot vinden plaats door ambtenaren van de gemeente met vanuit Springth mevrouw Marinus, mevrouw Berga en de heer Marinus. Op 15 september 2015 besluit het college tot de pilot. Het college heeft aan de pilot ook via een persgesprek bekendheid gegeven. In de bijlage treft u de pilot-overeenkomst aan.

In de doorlooptijd tot dit moment zijn acht mensen bij Springth werkzaam geweest over verschillende perioden, gemiddeld 3-4 tegelijk. Er is één persoon uitgestroomd. Er zijn twee cliënten geplaatst die naast Springth ook in een werkervaringstraject zijn geplaatst. Eén cliënt is een ander traject ingegaan. Twee cliënten zitten wat langer in het traject, maar maken wel stappen, en twee cliënten zijn nog pas zeer kort geplaatst. Het traject bij Springth is er vooral op gericht om mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt, die ook vaak geïsoleerd waren, weer arbeidsritme op te laten doen. Bij een groot deel van de klanten gebeurt dit ook, getuige bovenstaande resultaten. Met een aantal mensen kan weer aan werk gedacht worden, wat eerst niet zo was.

Betrokkenheid raadslid Sikke Marinus (Opsterlands Belang)

Op 19 juni 2015 neemt de burgemeester voor het eerst kennis van Springth na een kennismakingsbezoek bij raadslid Marinus thuis. Het bezoek wordt afgesloten met een bezoekje aan het werk van zijn vrouw bij Springth. Hierbij wijst de burgemeester het raadslid op het risico van zijn betrokkenheid en de schijn van belangenverstrengeling. De heer Marinus geeft aan dat hij voor Springth op ad-hoc basis enkele cliënten begeleidt in hun zorgtraject. Zijn contact met de gemeente betreft overleg en advisering over deze individuele cliënten (casusoverleg).

In een werkoverleg burgemeester <=> gemeentesecretaris wordt de betrokkenheid van het raadslid bij de pilot besproken. De burgemeester neemt op 20 augustus contact op met de heer Marinus. Afgesproken wordt dat er een gesprek zal plaatsvinden met de griffier over het risico van belangenverstrengeling. De heer Marinus is akkoord met dit gesprek. Op zijn verzoek neemt ook de gemeentesecretaris deel aan dit gesprek.

Ter voorbereiding op dit gesprek vraagt de burgemeester op 24 augustus de griffier de situatie te toetsen aan de integriteitscode van de raad. Conclusie daarvan is dat niet gehandeld wordt in strijd met de integriteitscode. Daarnaast vraagt de burgemeester de griffier uit te zoeken of er sprake is van belangenverstrengeling c.q. verboden handeling bij collega-griffiers en de VNG.

Het gesprek tussen raadslid-griffier-gemeentesecretaris vindt plaats op 26 augustus 2015. In dit overleg wordt gesproken over de grens tussen het als vrijwilliger betrokken zijn en het onverenigbaar worden van die betrokkenheid met het raadslidmaatschap. De heer Marinus geeft in dat gesprek aan als vrijwilliger bij Springth betrokken te zijn en bevestigt dat als hij daarin een grotere rol wil innemen dit gevolgen zal hebben voor zijn raadslidmaatschap. Op 28 augustus 2015 blijkt uit het antwoord van de VNG, dat gezien de rolinvulling zoals de heer Marinus deze heeft geschetst aan de burgemeester, er geen sprake is van belangenverstrengeling of verboden handeling. Het VNG-advies is in bijlage bijgevoegd.

Op 11 september 2015 heeft de burgemeester een gesprek met de heer Marinus. Zij deelt hem mede dat er geen formeel bezwaar is tegen het vrijwilligerswerk en maar dat zij de heer Marinus dringend adviseert i.v.m. de schijn van belangenverstrengeling, na een tussentijdse evaluatie van de pilot, in december een keuze te maken al dan niet in de raad te blijven. Zij zal hierover het presidium informeren. In het presidium van 29 september wordt dit gemeld.

Bij besluitvorming in de B&W-vergadering op 15 september 2015 over de pilot geeft de burgemeester aan dat de betrokkenheid van de heer Marinus bij Springth geen verboden handeling oplevert.

Op 22 december wordt de burgemeester door de heer Marinus geïnformeerd dat hij de raad gaat verlaten. Hij heeft zijn ontslag ingediend en verlaat eind februari de raad.

Antwoorden op de vragen van BAS, OpsterLanders en de FNP

  1. De VNG schrijft dat er geen enkel belang, relatie en rol mag bestaan met het gesubsidieerde bedrijf van de echtgenoot en eigenaar of familie:
    – Hoe en wat heeft de gemeente gecontroleerd/getoetst en vastgelegd?
    – Welke bronnen en gegevens werden geraadpleegd en gebruikt?
    – Waaruit blijkt dat er geen belang, relatie en rol bestond met Springth?
    – Wij vragen inzage van het ambtelijk onderzoek waarop de gemeente en het raadslid baseert dat de gevoerde constructie (VOF) van Springth zonder problemen kon worden gesubsidieerd, en werd geaccordeerd door de VNG. Volgens het raadslid was de uitkomst besproken in het presidium en akkoord. Kan het college bevestigen en uitleggen waarom het presidium geen besluiten neemt?
    Antwoord van B&W:
    Zie over de positie van het raadslid de toelichting hierboven; Dit is wat ons betreft overigens geen college aangelegenheid. Het was bij het college bekend dat de betrokkenheid van de heer Marinus bij Springth was gemeld in het Presidium.
    Het college heeft zich gebaseerd op de verstrekte informatie in de bestuurlijke aanbesteding in 2014 en de uitgewisselde informatie in de gesprekken. Springth heeft in de (extern begeleide) aanbesteding in 2014 aan de informatieplicht voldaan om gecontracteerd te worden naast ca. 200 andere bedrijven. Er is dus ook geen subsidierelatie met Springth, maar een inkooprelatie.
  2. – Wij vragen inzage van de originele documenten m.b.t. de toekenning subsidie, pilot en aanbesteding.
    Antwoord van B&W:
    Er is geen subsidie verstrekt. Het collegebesluit en de pilot-overeenkomst zijn in de bijlage bijgevoegd.
    – Hoe heeft de gemeente de integriteit geborgd bij aanbestedingen?
    Antwoord van B&W:
    Het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de OWO-gemeenten is toegepast en de aanbesteding is extern begeleid.
    – Wat wordt wel en niet uit de handleiding integriteit van de VNG toegepast en uitgevoerd?
    Antwoord van B&W:
    Om deze vraag te beantwoorden is verdere verduidelijking van de vraag nodig. Omdat het door de raad vastgestelde Inkoop- en aanbestedingsbeleid van de OWO-gemeenten is toegepast en de aanbesteding extern is begeleid, achten wij de integriteit voldoende toegepast en uitgevoerd.
  3. – Wil het college aangeven of er op enig moment één of meerdere malen door S. Marinus en raadslid werd gelobbyd bij ambtenaren voor het bedrijf Springth?
    – Zo nee waaruit blijkt dat dan?
    – Zo ja welke vervolg stappen heeft u ondernomen?
    Antwoord van B&W:
    Ja dat wil het college aangeven: dat is er niet geweest, wel een uitwisseling van mogelijke ontwikkelingen in het soort begeleiding en doelgroepen. Het aanbod van Springth sluit aan op een zich vanuit het beleid ontwikkelende vraag. Hiervoor was geen lobby aan de orde. Op initiatief van de burgemeester is er op woensdag 26 augustus 2015 overleg geweest tussen de heer Marinus, de gemeentesecretaris en de griffier. Zie de passage daarover hierboven.
  4. – Wij willen van het college en management weten of er ambtelijk melding is gemaakt van de lobby en gesprekken met ambtenaren door raadslid S. Marinus over Springth.
    Antwoord van B&W:
    Door ambtenaren is de aanwezigheid van raadslid Marinus bij gesprekken genoemd. Er zijn geen meldingen van lobbyen.
    – Zo ja wat heeft het college en het management met deze informatie en melding(en) gedaan, werden de gesprek(ken) genotuleerd?
    Antwoord van B&W:
    Nee, niet genotuleerd. Dit heeft geleid tot het verloop als hierboven genoemd.
    – Zo nee waaruit blijkt het dan?
    – Wat was de aanleiding voor het college om de vermoedens van belangenverstrengeling te melden kort na het collegebesluit van 15 september 2015?
    Antwoord van B&W:
    Zie de inleiding van deze brief. Het college heeft geen rol gehad bij hetgeen gemeld is in het presidium van 29 september 2015. De burgemeester heeft geen melding gedaan van belangenverstrengeling.
    – Wat voor rol en invloed heeft het college gehad en gespeeld voor en na de bekendmaking van de vermoedens van belangenverstrengeling?
    Antwoord van B&W:
    Geen. Zie inleiding van deze brief.
    – Wat zijn de uitkomsten en aanleiding van het bezoek van wethouder Kooistra aan één van de zorgaanbieders?
    Antwoord van B&W:
    Naar aanleiding van de media-aandacht rondom de pilot van Springth is in het gesprek met de aanbieder uitgelegd dat wij een pilot zijn gestart, die aansluit bij onze Wmo- en Participatiedoelstellingen. Als uit de evaluatie blijkt dat de werkwijze succesvol is dan krijgen alle gecontracteerde aanbieders de gelegenheid om volgens dat concept ondersteuning te leveren aan mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.
    – Welke acties heeft het college na de melding van de mogelijke belangenverstrengeling van 29 september ondernomen?
    Antwoord van B&W:
    Het college onderhoudt de contractrelaties met Springth als met alle andere zorgaanbieders en (aanvullend) komt de afspraken uit de pilot-overeenkomst na.
  5. De VNG stelt dat transparantie erg belangrijk is en dat nevenactiviteiten wettelijk moeten worden vermeld.
    – Wilt u aangeven waarom u de nevenactiviteiten van het raadslid S. Marinus bij Springth en bij Weekkrant SA niet vermeld?
    – Is er een reden waarom dat niet vooraf is onderzocht?
    Antwoord van B&W:
    Het college is van mening dat over alle aspecten waarvoor zij verantwoordelijk is, de transparantie nadrukkelijk is bevorderd. Zo is de betrokkenheid van het raadslid Marinus nadrukkelijk benoemd en in het raadsdomein verder opgepakt. De pilot is op de openbare besluitenlijst vermeld en via de media bekend gemaakt.
    Het melden van nevenactiviteiten is primair een verantwoordelijkheid van een raadslid zelf. De griffie zorgt vervolgens voor publicatie op de website.
  6. De gemeente Opsterland neemt op 15 september (2015) het besluit om de pilot en €25.000 te gunnen aan Springth.
    – Hoe verklaart u dat Springth met Sikke Marinus al in april aan het werk was voor de gemeente in Terwispel en Nij Beets? Het collegebesluit werd pas genomen op 15 september 2015. Springth zegt op Facebook overeenstemming met de gemeente te hebben op 7 april 2015? En de aanbesteding in 2014?
    Antwoord van B&W:
    Zie de inleiding van deze brief. Er is geen sprake van een gunning van €25.000. Door het college is besloten dat op declaratiebasis niet meer dan €25.000 van de bestaande budgetten voor de pilot kan worden ingezet.
  7. Er is een lijst van alle bedrijven die hebben gereageerd op de aanbesteding uitgeschreven door Opsterland en Oost- en Weststellingwerf. Op die lijst staan ervaren zorgbedrijven waarvan de bedrijfsprofielen niet verschillen met die van Springth. Bedrijven die al jaren werken op het snijvlak van de Wmo en re-integratie en het begeleiden van kansarmen uit de bijstand naar de reguliere arbeidsmarkt.
    – Heeft wethouder Kooistra ambtelijk advies ontvangen en overleg gevoerd over de lijst met meer dan 200 bekend staande bedrijven waar de gemeente zaken mee doet?
    Antwoord van B&W:
    Nee, daar is geen overleg mee gevoerd.
    – Zo ja, hoe luidde het advies van de verantwoordelijke ambtenaren?
    – Wie voerde het overleggen namens de gemeente met Springth?
    Antwoord van B&W:
    De gesprekken werden ambtelijk gevoerd.
    – Wie was de woordvoerder van Springth tijdens de onderhandeling?
    Antwoord van B&W:
    Er is geen sprake geweest van onderhandelingen, maar er zijn gesprekken gevoerd. Die gesprekken zijn in verschillende ambtelijke samenstellingen met de vertegenwoordigers van Springth gevoerd.
    – Zijn de overleggen met Springth en de gemeente genotuleerd?
    Antwoord van B&W:
    Nee
    – Wie heeft opdracht gegeven voor de pilot? En waarom?
    Antwoord van B&W:
    Zie de inleiding van deze brief.
    – Onder welke condities werd de subsidie van €25.000 toegekend?
    Antwoord van B&W:
    Er is geen sprake van subsidie. Door het college is besloten dat niet meer dan €25.000 van de bestaande budgetten voor de pilot kan worden ingezet. Op basis van de overeenkomst Wmo/jeugd en de daarin opgenomen tarieven kan Springth kosten declareren. Voor de pilot is het maximaal te declareren bedrag gesteld op €25.000.
    – Kan Springth €25.000 besteden zonder verantwoording af te leggen?
    Antwoord van B&W:
    Nee, de wijze van verantwoording is geregeld in de bijlage 2 art. 5 van de deelovereenkomst voor zorgaanbieders. Die is ook voor Springth van toepassing. Daarnaast komt er een inhoudelijke evaluatie.
    – Welke criteria werd gekozen om gemeenschapsgeld in te zetten voor nieuw materieel en opstarten van een onbekend en onervaren bedrijf als Springth? Andere zorgbedrijven hebben op eigen kracht materiaal aangeschaft en beschikken over accommodatie.
    Antwoord van B&W:
    Zie de inleiding van deze brief. Er is geen sprake van bekostigen en materialen. Alleen begeleidingskosten worden volgens de deelovereenkomst vergoed.
    – Kan Springth continuïteit bieden voor dagbestedingen bij slecht weer, is daarvoor accommodatie? Zitten de mensen dan thuis?
    Antwoord van B&W:
    Dit is niet opgenomen in het programma van eisen bij de aanbesteding (dit geldt voor alle aanbieders).
    – Waarom werd besloten geen bestaande gecertificeerde bedrijf met ervaring en die over de verplichte kwaliteit beschikken ingeschakeld?
    Antwoord van B&W:
    Zie de inleiding van deze brief.
    – Waarom heeft de gemeente zich niet aan de wettelijke voorschriften gehouden die vanaf 1 januari 2015 voor inkoop voor zorgkwaliteit gelden?
    Antwoord van B&W:
    Het college heeft zich bij de bestuurlijke aanbesteding aan alle wettelijke voorschriften gehouden.
    – Kan het college aantonen waarom er een pilot nodig was nu in 2016 iedereen weer mag reageren en niet uniek hoeft te zijn?
    Antwoord van B&W:
    Het college vindt dat alle kansen moeten worden benut om naar de mogelijkheden te zoeken om een verbinding in de uitvoering van de Participatiewet en de Wmo tot stand te brengen en dit te kunnen toepassen bij andere zorgaanbieders.
    – Wat levert het de gemeente op om een pilot van €25.000 aan te besteden aan een onervaren bedrijf? Wat is de winst voor de mensen uit de bijstand en Wmo, waarvoor het geld is bedoeld?
    Antwoord van B&W:
    Zie inleiding van deze brief. Er is geen sprake van aanbesteding van de pilot binnen het systeem van bestuurlijk aanbesteden van de raamovereenkomst in 2014. Hierdoor is meer individueel maatwerk mogelijk. Er is voor de pilot bewust besloten voor een andere wijze van contractvorming. Voor de mensen uit de bijstand en de Wmo wordt de afstand tot de arbeidsmarkt verkleind door hen weer arbeidsfit te maken, zodat ze als vervolgstap richting werk of onderwijs begeleid kunnen worden.
  8. Met het verschijnen van een pagina grote advertentie in de weekkrant van SA, staat te lezen dat het raadlid S. Marinus zelf meewerkt in het bedrijf. Al eerder in april 2015 van dit jaar was dat ook al bekend (vraag 6). Het college besluit willens en wetens de voorschriften van de VNG dat er geen enkel belang of relatie met het bedrijf mag bestaan, op 15 september 2015 toch de pilot en subsidie van €25.000 te gunnen aan Springth.
    – Hoe kan het dat het college niet heeft voorzien dat belangenverstrengeling of de schijn van belangenverstrengeling kon optreden en de schijn van belangenverstrengeling had kunnen voorkomen?
    Antwoord van B&W:
    De pilot is een nadere specifieke aanvulling op de raamovereenkomst (niet subsidierelatie) met Springth. De betrokkenheid van een raadslid met een organisatie of onderneming is primair een aangelegenheid van het raadslid. Voor het verdere verloop verwijzen wij u naar de inleiding van de brief.
    – Hoe verklaart het college dat eind september kort na het genomen collegebesluit en de gunning aan Springth. Er alsnog onderzocht moet worden of er mogelijk sprake is van belangenverstrengeling?
    Antwoord van B&W:
    Zie de inleiding van onze brief voor de chronologie.
  9. Uit de inschrijving van de Kamer van Koophandel blijkt dat het raadslid als gevolmachtigde staat ingeschreven voor Springth. De gevolmachtigde Sikke Marinus en raadslid mag en kan optreden voor Springth. Daarmee bestaat er een directe relatie, rol en belang met het bedrijf Springth. De regels van de VNG zijn hierover helder, er mag geen enkele relatie bestaan.
    – Waarom heeft het college de regels en advies van de VNG niet in acht genomen en het risico van belangenverstrengeling in de wind geslagen?
    Antwoord van B&W:
    Zie de inleiding van deze brief. Bij de te overleggen stukken in het kader van de extern ondersteunende bestuurlijke aanbesteding in OWO-verband is geen inschrijving van de Kamer van Koophandel gevraagd en deze informatie was het college niet bekend. De betrokkenheid van een raadslid met een organisatie of onderneming is primair een aangelegenheid van het raadslid.
  10. Het getuigd van weinig politiek inzicht om voorbij te gaan aan hoe burgers tegen het (eigen) handelen aankijken van raadsleden en bestuurders.
    Zorgaanbieders wijzen feilloos op de relatie van het raadslid en de eigenaar/echtgenoot van Springth en de verkregen subsidie etc. Ook al zijn daarvoor goede regels en gedragscodes opgesteld. Burgers kennen die niet en dan is de schijn van belangenverstrengeling gauw gemaakt. Integriteit heeft alles te maken met de kwaliteit van het openbaar bestuur.
    – Het college is verantwoordelijk voor de genomen besluiten en het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling en belangenverstrengeling, wat gaat het college ondernemen om de vermeende (schijn van) belangenverstrengeling ongedaan te maken?
    Antwoord van B&W:
    Ten aanzien van de basisovereenkomst en pilot-overeenkomst liggen er rechtmatige overeenkomsten met Springth die in lijn zijn met het beleid dat het college beoogt. Het college wacht de definitieve uitkomst en evaluatie van de pilot af om te zien of dit naar andere zorgaanbieders ook kan worden vertaald. Ten aanzien van de betrokkenheid van raadslid Marinus bij Springth herhaalt het college dat dit primair de verantwoordelijkheid van het raadslid is.
    – Welke stappen onderneemt het college naar de zorgaanbieders?
    Antwoord van B&W:
    Een pilot is bedoeld om ervaring op te doen met een werkwijze/methodiek. De positieve onderdelen uit de pilot van Springth kunnen worden gebruikt om het breder op te zetten, waarbij ook andere zorgaanbieders worden betrokken.
  11. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij het raadslid zelf die kortgeleden als voorzitter van Opsterland Belang nog een raadslid heeft geroyeerd omdat die niet meer kon functioneren binnen de partij en in de raad. Nu moet hetzelfde raadslid en voorzitter van de partij een oordeel over zichzelf vellen en zegt zelf dat er niets aan de hand is.
    – Burgers/ondernemers vinden dat de gemeente Opsterland en het raadslid niet zorgvuldig en transparant hebben gehandeld, welke maatregelen neemt de gemeente om de integriteit en transparantie te borgen?
    – Gaat de gemeenteraad en het college voor de bühne opnieuw haar eigen vlees keuren?
    – Is het college bekend met de draaideurconstructie bij vertrekkende ambtsdragers (VNG)? Dat speelt een rol omdat Marinus heeft aangegeven binnenkort te stoppen, e.e.a. was bekend in september!
    Antwoord van B&W:
    Het college herkent zich niet in het oordeel in de eerste deel van de vraag, zie inleiding van deze brief en de eerdere beantwoording.
    Tegelijk vindt het college transparantie en het waken voor de integriteit van het openbaar bestuur een groot goed evenals dat er voortdurend aandacht moet zijn voor de ambtelijke en bestuurlijk bewustwording hierover. Het is het college bekend dat een actualisering van de gedragscodes in voorbereiding is. Het in dat kader weer opnieuw spreken over deze belangrijke pijlers onder onze lokale democratie is uiteraard positief. Wij begrijpen dat de raad dan ook zal spreken over het expliciet(er) opnemen van bepalingen inzake de zgn. ‘draaideurconstructie’.
  12. Wij vragen deze raad en het college om een onafhankelijk extern onderzoek in te stellen om daarmee transparant en publiekelijk vast te stellen of hier wel of geen belangenverstrengeling aan de orde is.
    Antwoord van B&W:
    Het college ziet geen aanleiding om een onafhankelijk extern onderzoek in te stellen.

DOWNLOAD:
Beantwoording vragen OpsterLanders, FNP en BAS over belangenverstrengenling Dhr. Marinus en bedrijf Springth

 

footer OL 2014

 

Advertenties

Tags:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: