Beantwoording schriftelijke vragen fractie OpsterLanders over handhaving en toezicht

BEANTWOORDING VAN SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRACTIE OPSTERLANDERS

Onderwerp: Handhaving en toezicht in Opsterland
Datum: 23 juli 2013

Geachte raad,

Van de fractie OpsterLanders hebben wij op 25 juni jl. schriftelijke vragen ontvangen die aanvankelijk waren bedoeld voor het interpellatiedebat in de gemeenteraad. Uw raad heeft het verzoek om interpellatie echter afgewezen. Voor zover in ons vermogen ligt, beantwoorden wij hierbij de gestelde vragen, waarbij wij aantekenen dat een aantal vragen beweringen bevat die op persoonlijke opvattingen van de vragensteller berusten en waarop wij niet kunnen ingaan.

Hierna volgen de schriftelijke vragen van de fractie en de beantwoording daarvan.

  1. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    Kort over de aanpak van de zaak De Jong. Zijn illegale grondgebruik is in strijd met het bestemmingsplan. Gedogen kan alleen dat er zicht is op een herzien of nieuw bestemmingsplan. Dat “zicht op” wordt volgens jurisprudentie (uitspraak Raad van State) gesteld op maximaal 1 jaar. In deze situatie is het Bestemmingsplan Buitengebied nog steeds niet in de officiële procedure gebracht. In feite is een onwettige toestand door de vingers gezien. Waarom heeft u uw eigen beleidsregels over handhaving niet toegepast? Is er toentertijd een officieel gedoogbesluit met inachtneming van de daarvoor geldende procedure genomen? Waarom heeft u over het langer voortduren van een illegale gedoogsituatie niet besproken in het presidium?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Zoals in de beantwoording op de vragen van de PvdA d.d. 3 juni 2013 reeds is gemeld is in de wet niet expliciet bepaald wanneer een bestuursorgaan handhavend moet optreden of wanneer daarvan kan worden afgezien. In de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is richting gegeven aan de te volgen route bij constatering van illegaal gebruik. Er bestaat een beginselplicht tot handhaving tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen. Een bijzondere omstandigheid doet zich onder meer voor als sprake is van onevenredigheid of van zicht op legalisatie. Voordat het bestuursorgaan een handhavingsbesluit neemt, heeft het de plicht te onderzoeken of er zicht op legalisering bestaat.
    Met inachtneming hiervan is het ons streven om in overleg met burgers te komen tot een acceptabele situatie met als doel uiteraard het ongedaan maken van de geconstateerde overtreding, mits dat juridisch mogelijk is. In de zaak De Jong is daarom ook geen gedoogbesluit genomen, net als in zeer veel andere gevallen, waar het bestaande gebruik wordt gelegaliseerd in het bestemmingsplan buitengebied. Het is niet de gewoonte  om in het presidium handhavingszaken te bespreken.
    .
  2. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    Het beleid ten aanzien van toezicht en handhaving is beschreven en daarvoor zijn regels. De toepassing van die regels zijn gemandateerd aan de daarvoor aangewezen ambtenaren. Er zijn twee acties te onderscheiden bij de controle: (1) uit eigener beweging en (2) dan wel als gevolg van een anonieme tip. Kunt u vertellen wat er gebeurt als er een anonieme tip/melding binnenkomt? Wie maakt de afweging en op welke gronden en termijnen wordt er dan tot actie overgegaan door controle op het aangegeven adres?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Onderzoeken of controles kunnen incidenteel, periodiek, gebiedsgericht of na een klacht van derden plaatsvinden. Slechts incidenteel komen anonieme meldingen binnen. Als de toezichthouder vermoedt dat er daadwerkelijk een overtreding plaatsvindt, dan kan een anonieme melding voor hem aanleiding zijn voor een controlebezoek.
    .
  3. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    Wordt door de handhavingsambtenaar ook van te voren een afspraak gemaakt dat er controle zal plaatsvinden? Als de hoofdbewoner van het te bezoeken perceel niet thuis is, wordt er dan toch gecontroleerd? Mag dan ook het erf worden betreden? Zo ja, wat is de reden om een zo zware inbreuk op het eigendom en privacy te plegen?
    ANTWOORD VAN B&W:
    In beginsel worden van te voren geen afspraken gemaakt. Een toezichthouder meldt zich altijd bij de bewoner van het te bezoeken perceel. Indien deze niet aanwezig is, en de controle kan plaatsvinden zonder een woning te hoeven betreden, kan de toezichthouder het erf betreden. Daarbij vindt per geval een inschatting plaats of dit nodig is. De bevoegdheden van de toezichthouder zijn vastgelegd in afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De toezichthouder maakt alleen gebruik van zijn bevoegdheden als dat voor de uitoefening van zijn taak nodig is. Om aan zijn taak te kunnen voldoen mag een toezichthouder gevraagd en ongevraagd, eventueel met de benodigde apparatuur, elke plaats betreden.
    .
  4. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    Is het juist, dat bij de beoordeling van de externe of anonieme melding de aard en de zwaarte van de overtreding of overtredingen van belang zijn, binnen welke termijn de controle plaatsvindt? Zijn er ook andere motieven om binnen een paar dagen het huisbezoek te laten plaatsvinden? Wordt er gekeken naar wie de mogelijke overtreding heeft gemaakt?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Zoals de gemeenteraad in het Kader programmatisch handhaven heeft aangegeven, krijgt de klachtenafhandeling prioriteit. In het Handhavingsprogramma 2013 is de klachtenafhandeling aangegeven als eerste prioriteit. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen burgers.
    .
  5. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    Is het juist, dat de rapportage van de handhavingsambtenaar door de gemandateerde leidinggevende wordt beoordeeld en gewogen wat de volgende stappen in het handhavingsproces zijn?
    ANTWOORD VAN B&W:
    In de Mandaatregeling Opsterland 2010 is aan de uitvoerend ambtenaar (ook handhavers en toezichthouders) het volgende gemandateerd:
    a) het constateren van een overtreding van een wettelijke bepaling of vergunning;
    b) het mondeling verzoeken de overtreding binnen een bepaalde termijn te beëindigen
    c) het schriftelijke verzoeken de overtreding binnen bepaalde termijn te beëindigen;
    De toetsing vindt dus plaats in mandaat. Daarbij worden alle belangen afgewogen en wordt getoetst aan de relevante wet- en regelgeving (zoals bestemmingsplan, Wabo, Wet op de ruimtelijke ordening). Iedere overtreding behoeft daarbij zijn eigen specifieke afweging.
    .
  6. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    Is het gebruikelijk de geconstateerde overtredingen bij de heren Suurd en Andringa, om die schriftelijk vast te leggen en aan de overtreders per brief kenbaar te maken?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Ja, in bovenstaande volgorde.
    .
  7. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    In welke gevallen wordt de verantwoordelijke portefeuillehouder op de hoogte gesteld?
    ANTWOORD VAN B&W:
    In ieder geval bij politiek gevoelige zaken danwel als precedentwerking aan de orde is (artikel 6, letter c van de Mandaatregeling).
    .
  8. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    Uit het jaarverslag 2012 van handhaving en toezicht blijkt, dat er terecht zeer terughoudend wordt omgegaan met externe anonieme tips/meldingen. Zonder naam en duiding van de zaak. Dat hoort bij zorgvuldig bestuur. Kunt u aangeven als verantwoordelijke portefeuillehouder waarom bij twee zaken op 4 juni het aantal en de aard van de overtredingen in de pers met naam en toenaam zijn genoemd? De indruk zou namelijk kunnen postvatten, dat dit is gebeurd om die twee personen te beschadigen.
    ANTWOORD VAN B&W:
    Wij werden door de pers over deze twee gevallen benaderd. Het is ons niet bekend hoe de pers hiervan op de hoogte is gebracht.
    .
  9. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    Het is duidelijk, dat het gaat om twee personen, die raadslid zijn. Waarom heeft u er niet voor gekozen om deze raadsleden uit te nodigen voor een gesprek en dezelfde aanpak te kiezen dan bij andere inwoners van Opsterland gebruikelijk is?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Deze aanname is onjuist. Het is niet gebruikelijk overtreders uit te nodigen voor een gesprek.
    .
  10. VRAAG VAN FRACTIE OPSTERLANDERS:
    Voor de vergadering van 3 juni was een interpellatie over de zaak van de heer H. de Jong (Opsterlands Belang) aangekondigd over de nog openstaande en nieuwe vragen. Dat verzoek om interpellatie is niet gedaan, omdat de fractie van de PvdA een week eerder ook schriftelijke vragen heeft gesteld. De beantwoording was niet eerder binnen dan op 3 juni omstreeks 17.00 uur. Kunt u ons uitleggen wat uw motieven als onafhankelijke voorzitter van de raad zijn geweest om het presidium met spoed bij elkaar te roepen? Binnen het presidium wordt vertrouwelijke informatie uitgewisseld. Hoe is het dan mogelijk dat een dag later in de pers informatie naar buiten komt?
    ANTWOORD VAN B&W:
    De fractievoorzitters zijn met medeweten van het college door uw voorzitter bijeengeroepen om de kwestie, die inmiddels de nodige persaandacht had gekregen, te bespreken. Zie ook ons antwoord bij vraag 16.
    .
  11. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Het is bestuurlijk niet fatsoenlijk over vertrouwelijke informatie naar buiten te communiceren. Heeft u ook overwogen het ‘lek’ op te sporen? Of was het bij u bekend waar die vertrouwelijke informatie vandaan kwam, gelet op het feit dat ook u in de krant van 4 juni 2013 uw mening ventileert?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Het college constateerde slechts dat de krant al op de hoogte was en weet niet waar de informatie vandaan is gekomen.
    .
  12. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    De volgende morgen stond er in de Leeuwarder Courant dat de heer Suurd en de heer Andringa volgens de gemeente overtredingen hadden behaag: er was uit de besloten vergadering gelekt. De heer de Vries van de VVD heeft U hierover de volgende dag (dinsdag) gebeld om te vragen hoe het mogelijk is dat dit is gelekt. Ook de heer Sieswerda van OpsterLanders heeft contact met U gehad. Tegen de heer Sieswerda heeft u gezegd dat het lek gezocht moet worden bij de heer Suurd of Andringa. Klopt dat U dit gezegd hebt? En hoe komt U bij deze stellige bewering? Immers, het waren voor hun belastende overtredingen, en wat voor belang zouden de heer Suurd en Andringa hebben om dit aan de pers te melden. Bovendien, U wist dat de heer Suurd op het moment van de besloten vergadering op maandag 3 juni in het buitenland zat en niet kon weten wat er binnen deze besloten vergadering was gezegd. Hoe verklaart u dat?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Uw aannames kloppen niet. De journalist had op het moment dat er contact met ons werd gelegd, al met beide heren gesproken.
    .
  13. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Waarom vertelt U aan de heer de Vries een ander verhaal dan tegen de heer Sieswerda?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Zie het antwoord op vraag 12.
    .
  14. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Vindt U dat een verantwoordelijke portefeuillehouder en burgemeester dit soort uitlatingen vanuit haar functie kan doen naar collega raadsleden?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Zie het antwoord op vraag 12.
    .
  15. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Hebt U gelekt naar de pers? Heeft u tussen de controles van de heer Andringa en de heer Suurd en de raadsvergadering op maandag 3 juni contact gehad met de pers? Zo ja, gebeurde dit op eigen initiatief? Zijn de 2 controles toen aan de orde geweest?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Het college heeft niet gelekt naar de pers, er is wel contact geweest en daarbij is niet over beide gevallen gesproken.
    .
  16. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Waarom hebt U als portefeuillehouder de keus gemaakt om tijdens de constatering van de overtredingen van de heer de Jong in 2010, namelijk de illegale verlenging van het bouwbedrijf met 5 meter (achteraf gelegaliseerd) en de daarop volgende overtreding illegaal grondgebruik 40 bij 40 agrarische grond in gebruik voor de bouwopslag de fractievoorzitters niet bij elkaar geroepen en nu ten aanzien van de overtredingen van de heren Suurd en Andringa wel?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Zoals bij vraag 2 is geantwoord, worden handhavingszaken normaliter niet met de fractievoorzitters besproken. Gelet op alle publiciteit in de voorafgaande weken en het feit dat er die avond een debat over normen en waarden zou plaatsvinden, heeft het college het wenselijk geoordeeld om dat na de nieuwe overtredingen wel te doen.
    .
  17. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Vindt u de overtreding van de Jong en die van de twee andere heren vergelijkbaar als het gaat om de zwaarte van de overtredingen? Kunt u dit nader toelichten?
    ANTWOORD VAN B&W:
    In al deze gevallen is sprake van bouwen zonder omgevingsvergunning en het gebruiken van grond in strijd met het bestemmingsplan. In het geval van de heer Suurd is daarnaast ook sprake van een schending van het eigendomsrecht van de gemeente (art. 5:2 Burgerlijk Wetboek).
    .
  18. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Hoe kan het zo zijn dat men in Langezwaag de week voor maandag 3 juni (dus voor de besloten vergadering en de raadsvergadering van 3 juni en dus ook voordat handhaving bij de heer Suurd en Andringa langs kwam) het al wist dat deze twee raadsleden betrapt waren op de volgens de gemeente geconstateerde overtredingen?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Dit is het college niet bekend.
    .
  19. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Wie waren buiten de burgemeester nog meer op de hoogte van de overtredingen? Klopt het dat dit Piet van Dijk de wethouder van Opsterlands Belang of enig ander raadslid van Opsterlands Belang is geweest?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Het college, MT en een aantal medewerkers.
    .
  20. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Op maandag 10 juni om 19.30 uur was er een besloten vergadering gepland voor alle fractieleiders. Sommige fractieleiders waren door de burgemeester de zaterdag ervoor uitgenodigd, anderen pas op de middag net voor deze besloten vergadering. 5 minuten voor deze vergadering zaten alle fractieleiders van de coalitiepartijen, de burgemeester en alle wethouders bij elkaar in het Lycklamahuis. Was dit toeval en kunt u vertellen wat daar besproken is?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Uw aanname is onjuist. De burgemeester is nooit aanwezig bij een overleg tussen wethouders en fractievoorzitters van de coalitiepartijen.
    .
  21. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Is het normaal dat er voorafgaand aan een besloten vergadering alle fractieleiders van de coalitiepartijen, de burgemeester en alle wethouders zaken van te voren afspreken zonder dat de andere partijen hier weet van hebben?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Nee, zie het antwoord op vraag 20.
    .
  22. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Bent u het met ons van mening dat dit sterk lijkt op achterkamertjespolitiek?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Zie het antwoord op vraag 20
    .
  23. VRAAG VAN OPSTERLANDERS:
    Tot slot. Vindt u als u alles overziet dat de integriteit van de verantwoordelijke portefeuillehouder vraagtekens oproept? Vindt  u dat u als onafhankelijke voorzitter van de raad de nodige zorgvuldigheid heeft betracht?
    ANTWOORD VAN B&W:
    Het college vindt dat hier zorgvuldig is gehandeld.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: